ECLI:NL:HR:2005:AR8211
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen dwangbevel wegens niet-ondertekend verzoekschrift
In deze zaak heeft opposant verzet aangetekend tegen een door de Griffier van de Hoge Raad uitgevaardigd dwangbevel tot betaling van griffierechten. Dit dwangbevel was opgelegd nadat opposant het aan hem opgelegde bedrag van €1.664,07 niet had voldaan. Het verzet werd ingediend middels een brief die niet was ondertekend door een advocaat, hetgeen een vereiste is op grond van artikel 278 lid 3 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
De griffier kwalificeerde de brief van opposant als een verzet en diende een verweerschrift in waarin werd geconcludeerd tot verwerping van het verzet. De Advocaat-Generaal adviseerde het verzet ongegrond te verklaren. Ondanks de mogelijkheid om het verzuim te herstellen, handhaafde opposant zijn brief zonder aanpassing en betitelde hij de kwalificatie van zijn brief als verzetschrift als onjuist.
De Hoge Raad oordeelde dat de brief van opposant wel degelijk een verzet inhield, maar dat dit niet op de voorgeschreven wijze was ingesteld. Daarom werd opposant niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet. Tevens wees de Hoge Raad het verzoek af om leden van het hof te doen ontzetten, aangezien zij hiertoe niet bevoegd is.
Uitkomst: Opposant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet tegen het dwangbevel wegens het ontbreken van een door een advocaat ondertekend verzoekschrift.