ECLI:NL:HR:2005:AR8661
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid herzieningsaanvraag ontnemingsmaatregel wegens geen veroordeling
Op 4 januari 2005 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over een herzieningsaanvraag van een ontnemingsmaatregel opgelegd door de Politierechter te Zwolle. De aanvraagster werd verplicht een bedrag van €7.000,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te voldoen, met een vervangende hechtenis van 140 dagen bij niet-betaling.
De Hoge Raad oordeelde dat de oplegging van een ontnemingsmaatregel geen veroordeling is in de zin van artikel 457, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, waardoor de herzieningsaanvraag niet-ontvankelijk is. De Hoge Raad wees tevens op de mogelijkheid voor de rechter die de maatregel oplegde om op verzoek het bedrag te verminderen of kwijt te schelden, en voor de officier van justitie om uitstel of betaling in termijnen toe te staan.
De Hoge Raad verklaarde de herzieningsaanvraag niet-ontvankelijk en bevestigde hiermee de onherroepelijkheid van de ontnemingsmaatregel. Dit arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend-griffier.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag niet-ontvankelijk omdat oplegging van een ontnemingsmaatregel geen veroordeling is in de zin van art. 457, eerste lid, Sv.