ECLI:NL:HR:2005:AS2133
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken bewijsmiddelen
De aanvrager heeft bij de Hoge Raad een verzoek tot herziening ingediend van een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam waarin hij was veroordeeld voor overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994. Het hof had hem veroordeeld tot een geldboete en ontzegging van de rijbevoegdheid.
De Hoge Raad beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 457 en Pro 459 van het Wetboek van Strafvordering, die voorschrijven dat een herzieningsverzoek moet steunen op nieuwe, met bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het eerdere onderzoek niet bekend waren en die het vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak of een minder zware straf zou hebben geleid.
De aanvrager voerde aan dat inmiddels een ander persoon was veroordeeld voor hetzelfde feit, maar hij leverde geen bewijsmiddelen ter onderbouwing hiervan. Hierdoor voldeed het verzoek niet aan de wettelijke vereisten en kon het niet worden ontvangen.
De Hoge Raad verklaarde het verzoek tot herziening daarom niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de eerdere veroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bewijsmiddelen.