ECLI:NL:HR:2005:AS2138
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek inzake ontnemingsmaatregel
De aanvrager verzocht de Hoge Raad om herziening van een vonnis van de Politierechter te Zwolle, waarin hem een ontnemingsmaatregel was opgelegd ter waarde van €7.000, te vervangen door 140 dagen hechtenis bij niet-betaling. De Hoge Raad oordeelde dat een ontnemingsmaatregel niet kwalificeert als een veroordeling in de zin van artikel 457, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, waardoor het herzieningsverzoek niet ontvankelijk kon worden verklaard.
Daarnaast wees de Hoge Raad erop dat de rechter die de maatregel oplegt op grond van artikel 577b, tweede lid, Sv bevoegd is om op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de veroordeelde het vastgestelde bedrag te verminderen of kwijt te schelden. Ook kan de officier van justitie uitstel van betaling of betaling in termijnen toestaan op grond van artikel 561, derde lid, Sv.
De Hoge Raad verklaarde het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de ontnemingsmaatregel zoals opgelegd door de Politierechter. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 4 januari 2005.
Uitkomst: Verzoek tot herziening van ontnemingsmaatregel niet-ontvankelijk verklaard door Hoge Raad.