ECLI:NL:HR:2005:AS2793
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitleg art. 74 lid 4 Overleveringswet inzake uitleveringsstukken
In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem die de uitlevering van een persoon naar aanleiding van een verzoek van het Bayerisches Staatsministerium der Justiz toelaatbaar had verklaard. De opgeëiste persoon stelde dat de rechtbank art. 74, vierde lid, van de Overleveringswet onjuist had uitgelegd.
De kern van het geschil betrof de interpretatie van de term 'de stukken' in art. 74 lid 4 Overleveringswet Pro. De verdediging betoogde dat dit uitsluitend de stukken zijn die volledig voldoen aan de vereisten van het toepasselijke uitleveringsverdrag. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze opvatting onjuist is, mede op grond van de conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om de bestreden uitspraak te vernietigen en verwierp het beroep. Er waren geen gronden om ambtshalve tot vernietiging over te gaan en de overige middelen waren onvoldoende om tot cassatie te leiden. Hiermee werd bevestigd dat de Overleveringswet van toepassing blijft op verzoeken die vóór het inwerkingtreden van de wet zijn ontvangen, zonder dat strikt alle stukken aan het uitleveringsverdrag hoeven te voldoen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering blijft toelaatbaar verklaard.