ECLI:NL:HR:2005:AS2812
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid eiser in vordering tegen Flexion Hydrauliek
Eiser, handelend onder de naam Machinebouw Meppel B.V. i.o., vorderde bij de rechtbank Groningen betaling van een bedrag van ƒ 162.131,-- van verweerster, handelend onder de naam Flexion Hydrauliek. De rechtbank wees de vordering af. In hoger beroep stelde eiser samen met Meppel B.V. het vonnis aan de kaak. Na faillissement van Meppel werd de procedure geschorst en later hervat. Verweerster vroeg ontslag van instantie jegens Meppel, dat aanvankelijk werd afgewezen, maar later door het hof werd verleend. Het hof vernietigde het vonnis voor zover de vordering van eiser werd afgewezen en verklaarde eiser niet-ontvankelijk in zijn vordering. Eiser stelde hiertegen cassatieberoep in.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, mede gelet op artikel 81 RO Pro. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
De uitspraak bevestigt de niet-ontvankelijkheid van eiser in zijn vordering tegen verweerster en bekrachtigt het arrest van het hof Leeuwarden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van eiser in zijn vordering.