ECLI:NL:HR:2005:AS3581
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid kapitaalsbelasting na remigratie vanuit non-EU-land
Belanghebbende heeft op 31 januari 1997 kapitaalsbelasting betaald op aangifte. De Inspecteur weigerde teruggaaf na bezwaar, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad behandelde drie middelen. Het eerste middel betrof de uitleg van artikel 34 van Pro de Wet op belastingen van rechtsverkeer, waarbij het Hof oordeelde dat het vestigen van een lichaam in Nederland een belastbaar feit is, tenzij het lichaam direct daarvoor in een EU-lidstaat was gevestigd. Dit oordeel werd bevestigd.
Het tweede middel betrof vermeend ongeoorloofd onderscheid tussen vennootschappen naar Nederlands recht en die van de Nederlandse Antillen. De Hoge Raad vond het verschil gerechtvaardigd door de verschillende posities in de Wet voorafgaand aan de vestiging in Nederland.
Het derde middel betrof de toepassing van artikel 56 EG Pro over kapitaalverkeer. De Hoge Raad oordeelde dat de nationale regeling juist uitvoering geeft aan een harmonisatierichtlijn en dat geen reden bestaat voor een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de heffing van kapitaalsbelasting na vestiging in Nederland.