ECLI:NL:HR:2005:AS5562

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 april 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02110/04
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • C.J.G. Bleichrodt
  • A.J.A. van Dorst
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor voortgezette afpersing en diefstal met geweld door meerdere personen

In deze strafzaak heeft het gerechtshof te 's-Gravenhage het vonnis van de rechtbank Rotterdam vernietigd en de verdachte veroordeeld voor meerdere feiten van voortgezette afpersing en diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen. De feiten betroffen onder meer afpersing met bedreiging en geweld, evenals pogingen tot afpersing waarbij zwaar lichamelijk letsel was toegebracht.

De verdachte was ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Haaglanden" te Zoetermeer. Het cassatieberoep werd ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof, die een middel van cassatie voorlegde. De raadsman van de verdachte voerde verweer tegen het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en verwees naar een gelijktijdig op dezelfde dag uitgesproken zaak tegen een medeverdachte. Het middel behoefde geen nadere motivering omdat het niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt.

Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het beroep in cassatie en bevestigde daarmee de straf van vier jaar gevangenisstraf opgelegd door het gerechtshof. Tevens werden de vorderingen van de benadeelde partijen toegewezen zoals vermeld in het arrest van het hof.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de gevangenisstraf van vier jaar voor voortgezette afpersing en diefstal met geweld.

Uitspraak

19 april 2005
Strafkamer
nr. 02110/04
SG/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 18 november 2003, nummer 22/002074-02, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren op Curaçao (Nederlandse Antillen) op [geboortedatum] 1979, wonende te [woonplaats], ten tijde van de betekening van de aanzegging uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Haaglanden" te Zoetermeer.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Rotterdam van 22 augustus 2001 - de verdachte ter zake van 1., 4. en 5. telkens opleverende "de voortgezette handeling van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd en diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd", 2., 3. en 7. telkens opleverende "de voortgezette handeling van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd en diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd", 6. "poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft" en 8. "poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot vier jaren gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] toegewezen een en ander zoals in het arrest vermeld.
2. Geding in cassatie
2.1. Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman van de verdachte, mr. M.R. Mantz, advocaat te 's-Gravenhage, heeft het cassatieberoep tegengesproken.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de
Advocaat-Generaal.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 19 april 2005 nr. 02109/04 LJN AS 5556).
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 19 april 2005.