ECLI:NL:HR:2005:AS5825
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Verbod op misleidende reclame-uitingen voor geneesmiddel Diovan bevestigd door Hoge Raad
In deze zaak vorderde Sanofi c.s. bij de voorzieningenrechter een verbod tegen Novartis op het doen van reclame-uitingen voor het geneesmiddel Diovan die claims bevatten over indicaties waarvoor het middel niet is geregistreerd, zoals microalbuminurie, linkerventrikel hypertrofie en hartfalen. Tevens werd gevorderd dat Novartis rectificaties zou doen en informatie zou verstrekken over verspreid promotiemateriaal.
De voorzieningenrechter verbood Novartis de betreffende reclame-uitingen en legde een dwangsom op bij overtreding. Novartis stelde zich op het standpunt dat de zaak te complex was voor een inhoudelijke beoordeling en dat de rechter zich op grond van art. 256 Rv Pro had moeten onthouden van oordeel. Het hof bekrachtigde het vonnis en bevestigde het verbod en de dwangsom.
De Hoge Raad oordeelde dat het opleggen van een algemeen verbod gerechtvaardigd was en dat de Codecommissie Geneesmiddelen Reclame bevoegd is om te beoordelen of uitingen in strijd zijn met dat verbod. De klacht van Novartis dat de rechter zich op grond van art. 256 Rv Pro had moeten onthouden, werd verworpen. De overige klachten werden eveneens afgewezen. Novartis werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Deze uitspraak bevestigt het belang van strikte naleving van registratievoorschriften in geneesmiddelenreclame en de rol van de CGR bij de beoordeling van geschillen over naleving van reclameverboden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Novartis en bevestigde het verbod op misleidende reclame-uitingen voor Diovan.