ECLI:NL:HR:2005:AS6017
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens niet schriftelijk vastgelegd rijverbod
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het overtreden van een rijverbod opgelegd op grond van artikel 162 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Het rijverbod was mondeling opgelegd door de politie na constatering van alcoholgebruik. Verdachte reed ondanks het verbod toch met een voertuig.
De verdediging voerde aan dat het rijverbod niet rechtsgeldig was omdat het niet schriftelijk was vastgelegd en aan verdachte uitgereikt, zoals vereist volgens artikel 162, tweede lid, WVW 1994. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat het mondeling opgelegde rijverbod rechtsgeldig was.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het rijverbod pas rechtskracht krijgt na schriftelijke vastlegging in een beschikking en bekendmaking aan de betrokkene conform artikel 3:41 Awb Pro. Het hof heeft dit onjuist beoordeeld. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor wat betreft het onder 2 tenlastegelegde en spreekt verdachte vrij. De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting van de strafoplegging voor feit 1.
Uitkomst: De Hoge Raad spreekt verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde wegens het ontbreken van een schriftelijke beschikking voor het rijverbod.