ECLI:NL:HR:2005:AS7199
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid herzieningsverzoek wegens ontbreken novum
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de aanvrager werd veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf met terbeschikkingstelling en verpleging. De aanvrager verbleef nog steeds in hechtenis en stelde dat het hof waarschijnlijk geen terbeschikkingstelling had opgelegd indien bekend was geweest dat de Staat deze niet tijdig zou uitvoeren.
De aanvrager voerde tevens aan dat hij geen eerlijk proces had gehad omdat de tenuitvoerlegging van het vonnis integraal onderdeel is van het recht op een eerlijk proces. Deze en andere stellingen werden gepresenteerd als een novum in de zin van art. 457 lid 2 sub Pro 2 Sv.
De Hoge Raad oordeelde dat de aanvrage geen beroep op een novum bevatte zoals bedoeld in art. 457 Sv Pro, aangezien een novum moet bestaan uit nieuwe, met bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het onderzoek niet bekend waren en die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot een andere uitkomst had geleid.
Daarom werd het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 15 februari 2005.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een novum.