ECLI:NL:HR:2005:AS7552
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling meervoudige behandeling bij verlenging voorlopige hechtenis en wijziging grondslag
In deze zaak stond centraal de vraag of een vordering tot verlenging van voorlopige hechtenis die tevens een wijziging van de grondslag voor de vrijheidsbeneming inhoudt, door een enkelvoudige of meervoudige kamer moet worden behandeld. De rechtbank had een dergelijke vordering toegewezen in enkelvoudige behandeling, waarna het hof deze beschikking vernietigde wegens onjuiste procedurele behandeling.
De Hoge Raad bevestigt dat verlengingsvorderingen zich doorgaans lenen voor enkelvoudige behandeling, tenzij de officier van justitie tevens vordert dat de voorlopige hechtenis mede of uitsluitend voor andere feiten wordt bevolen, wat neerkomt op een wijziging van de grondslag. In dat geval is meervoudige behandeling vereist, vergelijkbaar met de eerste beslissing tot gevangenhouding.
Het hof had de beschikking van de rechtbank vernietigd en had na vernietiging zelf een oordeel moeten geven over de vorderingen, hetgeen niet is gebeurd. Dit verzuim werd echter niet aangevoerd als klacht. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het belang van correcte procedurele behandeling bij dergelijke vorderingen.
De uitspraak bevat een uitgebreide toelichting op de wetsgeschiedenis en de interpretatie van de relevante artikelen uit het Wetboek van Strafvordering, met name artikel 21, vijfde lid, en artikel 67b Sv. Hiermee wordt de rechtsontwikkeling inzake voorlopige hechtenis en de rol van de raadkamer verduidelijkt.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat verlengingsvorderingen met wijziging van de grondslag meervoudig moeten worden behandeld.