ECLI:NL:HR:2005:AS8645

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
40110
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.G. Pos
  • P.J. van Amersfoort
  • A.R. Leemreis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen aanslag successierecht nalatenschap

Belanghebbende werd geconfronteerd met een aanslag in het recht van successie naar aanleiding van de verkrijging uit de nalatenschap van A, overleden op 30 oktober 2000. De aanslag bedroeg ƒ 695.828. Na bezwaar werd deze aanslag gehandhaafd door de Inspecteur. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het beroep ongegrond verklaarde.

Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, waarbij meerdere klachten werden aangevoerd tegen het arrest van het hof. De Staatssecretaris diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet vereist was, omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

De Hoge Raad wees het beroep af en verklaarde het ongegrond. Tevens werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2005.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bekrachtigd.

Uitspraak

Nr. 40.110
4 maart 2005
Za
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 september 2003, nr. BK-02/03778, betreffende na te melden aanslag in het recht van successie.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is ter zake van de verkrijging uit de nalatenschap van A, overleden op 30 oktober 2000, een aanslag in het recht van successie opgelegd naar een verkrijging van ƒ 695.828, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij enkele klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 6 december 1967, nr. 15805, BNB 1968/37).
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.G. Pos als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort en A.R. Leemreis in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2005.