ECLI:NL:HR:2005:AS8833
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over beklag tegen conservatoir derdenbeslag en belanghebbendheid klager
In deze zaak gaat het om een beklag van klager tegen een conservatoir derdenbeslag dat is gelegd op vorderingen en goederen die toebehoren aan een verdachte in een strafzaak. De rechtbank had het beklag ongegrond verklaard, maar de Hoge Raad vernietigt deze beslissing en verklaart klager niet-ontvankelijk omdat hij geen belanghebbende is in de zin van artikel 552a Sv.
De rechtbank had geoordeeld dat het beslag rechtmatig was en dat klager geen goederen van de verdachte onder zich had, waardoor het beslag de bedrijfsvoering van klager niet onevenredig zou belemmeren. Tevens werd benadrukt dat geschillen over de omvang van schulden tussen beslaglegger en derde-beslagene via de verklaringsprocedure moeten worden beslecht.
De Hoge Raad bevestigt dat op conservatoir derdenbeslag de regels van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn en dat klager verplicht is tijdig een verklaring te doen over de schuld aan de beslagdebiteur. Het middel dat het beslag ook rust op goederen van klager zelf, zoals banktegoeden, wordt verworpen.
De Hoge Raad corrigeert de rechtbank door klager niet-ontvankelijk te verklaren in zijn beklag in plaats van het ongegrond te verklaren, en vernietigt het bestreden vonnis. Daarmee blijft het conservatoir derdenbeslag in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beklag tegen het conservatoir derdenbeslag en vernietigt het vonnis van de rechtbank.