ECLI:NL:HR:2005:AT0412
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gerechtelijke vaststelling vaderschap overleden man ondanks bezwaren familie
De zaak betreft een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een minderjarige zoon van een overleden man. De moeder van het kind verzocht de rechtbank om het vaderschap vast te stellen, waarbij DNA-onderzoek uitwees dat de man met meer dan 99,99% zekerheid de biologische vader was.
De familie van de overleden man verzette zich tegen het verzoek en voerde aan dat de vaststelling een inbreuk zou maken op hun familie- en gezinsleven conform artikel 8 EVRM Pro, en dat het zou leiden tot discriminatie in de zin van artikel 14 EVRM Pro. De rechtbank en het hof verwierpen deze verweren en stelden het vaderschap vast.
De Hoge Raad bevestigde deze uitspraken en oordeelde dat volgens artikel 1:207 lid 1 BW Pro enkel vereist is dat de man de verwekker is, zonder belangenafweging tussen kind en verwekker. De Raad stelde dat het belang van het kind prevaleert boven dat van de familieleden en dat er geen sprake is van een verboden inbreuk of discriminatie. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.