ECLI:NL:HR:2005:AT1096
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling voor ouder met gezag over minderjarig kind
De moeder, houdster van het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind, verzocht de rechtbank om een omgangsregeling vast te stellen waarbij zij het kind om de veertien dagen een weekend en twee weken in de zomervakantie bij zich mocht hebben. De rechtbank verklaarde haar verzoek niet-ontvankelijk, en het hof bekrachtigde deze beslissing. De moeder stelde vervolgens beroep in cassatie in.
De Hoge Raad overwoog dat ook de ouder die met het gezag is belast recht heeft op omgang met het kind en dat de wet de mogelijkheid biedt om een omgangsregeling door de rechter te laten vaststellen, ook voor deze ouder. Het hof had ten onrechte het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en onvoldoende gemotiveerd waarom de moeder geen recht zou hebben op een omgangsregeling ondanks haar gezagspositie.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing. Hiermee werd bevestigd dat het recht op omgang niet beperkt is tot de niet-gezagsouder en dat de rechter een omgangsregeling kan vaststellen ten behoeve van de gezagsouder.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing.