ECLI:NL:HR:2005:AT2627

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R04/039HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot bijdrage in kosten levensonderhoud afgewezen door Hoge Raad

De zoon verzocht de rechtbank te 's-Hertogenbosch om de vader te verplichten vanaf 1 januari 2003 een maandelijkse bijdrage van €155 te leveren in zijn levensonderhoud. De vader betwistte dit verzoek. De rechtbank wees het verzoek af en het hof bekrachtigde deze beslissing in hoger beroep. Vervolgens stelde de zoon beroep in cassatie in tegen het oordeel van het hof.

De vader verscheen niet in het cassatiegeding en diende geen verweerschrift in. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de afwijzing van het verzoek tot bijdrage in het levensonderhoud. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2005 door de vice-president.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de zoon wordt verworpen en het verzoek tot bijdrage in het levensonderhoud wordt afgewezen.

Uitspraak

24 juni 2005
Eerste Kamer
Rek.nr. R04/039HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De zoon],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.B.C. Kloppenburg,
t e g e n
[De vader],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 18 november 2002 ter griffie van de rechtbank te 's-Hertogenbosch ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de zoon - zich gewend tot die rechtbank en haar verzocht te bepalen dat verweerder in cassatie - verder te noemen: de vader - vanaf 1 januari 2003 met een bedrag van € 155,-- per maand, dan wel met een door de rechtbank te bepalen bedrag, bijdraagt in de kosten van het levensonderhoud van de zoon.
De vader heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 23 mei 2003 het verzoek van de zoon afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de zoon hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij beschikking van 16 december 2003 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de zoon beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vader heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de zoon heeft bij brief van 5 april 2005 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 24 juni 2005.