ECLI:NL:HR:2005:AT2968
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring OM in zaak stuiting verjaring door DNA-onderzoek
In deze zaak ging het om een ernstig misdrijf uit 1986 waarbij een elfjarige jongen werd misbruikt en door verstikking om het leven gebracht. Dankzij nieuwe DNA-technieken kon in 2000 een volledig DNA-profiel worden vastgesteld van het destijds veiliggestelde celmateriaal. De Officier van Justitie vorderde in 2004 bij de rechter-commissaris een gerechtelijk vooronderzoek tegen een verdachte die alleen via dit DNA-profiel geïdentificeerd was, met als doel de verjaring van het strafrechtelijk vervolgingsrecht te stuiten.
De rechtbank verklaarde de Officier van Justitie niet-ontvankelijk omdat zij oordeelde dat de vordering uitsluitend was gericht op het stuiten van de verjaring en dat dit misbruik van bevoegdheid was, mede omdat de vordering niet gericht was tegen een levende, geïdentificeerde persoon. De Hoge Raad stelde echter dat het gebruik van de bevoegdheid om de verjaring te stuiten in dit geval geen misbruik was, mede omdat de technische bewijsmiddelen zoals DNA-profielen het mogelijk maken de dader ondanks het tijdsverloop te traceren.
De Hoge Raad oordeelde dat het instellen van een vordering tot gerechtelijk vooronderzoek een daad van vervolging is die de verjaring kan stuiten, mits aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. De rechtbank had onjuiste rechtsopvattingen gehanteerd door te oordelen dat de verjaring niet was gestuit. Daarom vernietigde de Hoge Raad de bestreden beschikking en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor herbehandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor herbehandeling.