ECLI:NL:HR:2005:AT3030
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over etikettering bedrijfspand in algehele gemeenschap van goederen bij ondernemer
Belanghebbende, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, dreef een eenmanszaak in een pand dat door zijn echtgenote was gekocht. Na verkoop van de onderneming ontstond discussie over de fiscale kwalificatie van het pand als privé- of ondernemingsvermogen.
De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op, die door het hof werd verminderd omdat het hof oordeelde dat niet meer dan de helft van het pand tot het ondernemingsvermogen kon worden gerekend. De Hoge Raad stelt dat indien het pand geheel dienstbaar is aan de onderneming en de echtgenoten in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd, het pand in zijn geheel tot het ondernemingsvermogen van de ondernemer behoort.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verklaart het beroep van de Inspecteur gegrond. Het incidentele beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard. De zaak wordt door de Hoge Raad afgedaan zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bepaalt dat het bedrijfspand volledig tot het ondernemingsvermogen van de ondernemer behoort.