ECLI:NL:HR:2005:AT3274

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03507/04 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • C.J.G. Bleichrodt
  • J.P. Balkema
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvWet aansprakelijkheidsverzekering motorvoertuigen
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe bewijsmiddelen in verzekeringszaak

De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de aanvrager werd veroordeeld voor het niet sluiten en in stand houden van een verplichte motorrijtuigverzekering op 9 januari 2002.

De aanvrager stelde in zijn herzieningsverzoek dat het voertuig mogelijk tot een handelsvoorraad behoorde en daardoor verzekerd was onder een ander kenteken. Dit werd echter niet onderbouwd met bewijsstukken.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde omstandigheden niet voldoen aan de vereisten van artikel 457 Sv Pro, omdat zij niet nieuw zijn en niet het vermoeden wekken dat het onderzoek tot een andere uitkomst zou leiden.

Daarom werd het verzoek tot herziening afgewezen en bleef de eerdere veroordeling in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt de veroordeling voor het niet verzekeren van het motorrijtuig.

Uitspraak

29 maart 2005
Strafkamer
nr. 03507/04 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 30 september 2004, nummer 22/005770-03, ingediend door:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage van 17 september 2003 - de aanvrager ter zake van "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorvoertuigen sluiten en in stand houden", gepleegd op 9 januari 2002 met een motorvoertuig met kenteken [00-AA-BB], veroordeeld tot een geldboete van € 288,-, subsidiair vijf dagen hechtenis.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voorzover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. Het in de aanvrage gestelde houdt niets in wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden als hiervoor onder 3.1 vermeld nu daarin niet is gesteld (en evenmin bewijsstukken zijn overgelegd waaruit volgt), dat de desbetreffende auto, gekentekend [00-AA-BB] op 9 januari 2002 behoorde tot een handelsvoorraad en uit dien hoofde was verzekerd onder het kentekennummer [CC-11-22]. Dat brengt mee dat de aanvrage kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 29 maart 2005.