ECLI:NL:HR:2005:AT3486
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onderhoudskosten bij zakelijk recht van bewoning na echtscheiding
Partijen, wier huwelijk in 1976 werd ontbonden, sloten een echtscheidingsconvenant waarbij de vrouw het zakelijk recht van bewoning van de voormalige echtelijke woning verkreeg en de man eigenaar werd met de verplichting alle onderhoudskosten en vaste lasten te dragen.
De vrouw vorderde betaling van onderhoudskosten omdat de man zich volgens haar onttrok aan deze verplichting. De rechtbank wees een deel van de vordering toe, het hof verhoogde dit bedrag na hoger beroep. Het hof overwoog dat de onderhoudsverplichtingen grotendeels overeenkomen met de wettelijke regeling voor verhuurder en huurder en paste deze regeling toe bij de uitleg van het convenant.
De man stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest. De Hoge Raad oordeelde dat partijen vrij zijn om bij overeenkomst af te wijken van de wettelijke regeling omtrent onderhoudskosten bij een recht van bewoning. Dit betekent dat het hof terecht aansluiting zocht bij de wettelijke regeling maar ook rekening hield met de afspraken in het convenant.
Het cassatieberoep werd verworpen en de kosten van het geding in cassatie werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de kosten van het cassatiegeding worden gecompenseerd.