ECLI:NL:HR:2005:AT3681

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 april 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00551/05 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 459 SvArt. 460 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe feiten en bewijsmiddelen

De Rechtbank te Alkmaar had de aanvrager niet strafbaar verklaard voor opzettelijk brandstichten met gevaar voor goederen en levensgevaar, en hem ontslagen van alle rechtsvervolging met een verplegingseis. De aanvrager diende een verzoek tot herziening in bij de Hoge Raad, gericht op het vernietigen van het in kracht van gewijsde gegaan vonnis.

De Hoge Raad beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 457 en Pro 459 van het Wetboek van Strafvordering, waarin is bepaald dat een herzieningsverzoek moet steunen op nieuwe, feitelijke omstandigheden die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren en die het vermoeden wekken dat het vonnis anders zou zijn uitgevallen. Tevens moet het verzoek een opgave van bewijsmiddelen bevatten waaruit die omstandigheden blijken.

In dit geval stelde het verzoek geen nieuwe feiten of bewijsmiddelen voor die aan deze criteria voldeden. Daarom kon het verzoek niet worden ontvangen. De Hoge Raad verklaarde het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en handhaafde daarmee het eerdere vonnis.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten en bewijsmiddelen.

Uitspraak

5 april 2005
Strafkamer
nr. 00551/05 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Rechtbank te Alkmaar van 12 augustus 2003, nummer 14/010016-03, ingediend door:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Arnhem, locatie Arnhem-Zuid.
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Rechtbank heeft de aanvrager ter zake van "opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is" niet strafbaar verklaard en ontslagen van alle rechtsvervolging met het bevel dat de aanvrager ter beschikking zal worden gesteld en van overheidswege zal worden verpleegd.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voorzover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling. Bedoelde omstandigheden of omstandigheid moeten van feitelijke aard zijn.
3.2. Art. 459 Sv Pro schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.
3.3. Het in de aanvrage gestelde behelst niet een beroep op een feitelijke - aan de rechter niet bekende - omstandigheid als hiervoor bedoeld en evenmin een opgave van bewijsmiddelen waaruit van zodanige omstandigheid kan blijken. De aanvrage kan daarom, gelet op het bepaalde in de art. 459 en Pro 460 Sv, niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 5 april 2005.