ECLI:NL:HR:2005:AT3947
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aftrekbaarheid gift aan harmonie-orkest niet toegestaan
Belanghebbende, die in 1996 lid was van een plaatselijk harmonie-orkest, betaalde meerdere bedragen aan de stichting die het orkest in stand hield. De Inspecteur legde een aanslag op die na bezwaar werd gehandhaafd. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslag.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad overwoog dat sinds de wetswijziging van artikel 47 lid 4 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964 per 1 januari 1990, het niet meer relevant is of een betaling verplicht is of niet, noch of de begiftigde de betaling als een prestatie mag beschouwen.
Het Hof had geoordeeld dat de harmonie een algemeen nut beogende instelling is, maar dat de betalingen van belanghebbende niet als contributie of morele verplichting konden worden aangemerkt, doch als bevoordelingen uit vrijgevigheid zonder op geld waardeerbare aanspraken. De Hoge Raad bevestigde dat tegenover de betalingen een tegenprestatie stond die als een op geld waardeerbare aanspraak moet worden aangemerkt, waardoor geen sprake is van een aftrekbare gift.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de betalingen geen aftrekbare gift vormen vanwege de tegenprestatie.