ECLI:NL:HR:2005:AT3958
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over waardering Legio-Leasecontracten voor Huursubsidiewet
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een beschikking tot vaststelling van het rekenvermogen voor de Huursubsidiewet over het subsidiejaar 1 juli 2000 tot en met 30 juni 2001. De Inspecteur handhaafde de beschikking na bezwaar, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de beursgenoteerde aandelen onder de lease-overeenkomsten niet voor rekening van belanghebbende verkocht konden worden, waardoor de waardering volgens artikel 10 van Pro de Wet op de vermogensbelasting 1964 niet rechtstreeks van toepassing was.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende de economische eigendom van de aandelen had en sloot aan bij de beurswaarde verminderd met resterende verplichtingen uit de leasecontracten. Belanghebbende stelde in cassatie dat ook rekening gehouden moest worden met kosten verbonden aan ontbinding of overdracht van de contracten. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte deze kosten niet had meegenomen in de waardering.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van de kosten van het cassatiegeding en het griffierecht aan belanghebbende.
De zaak betreft de juiste waarderingsmethode van leasecontracten met onderliggende aandelen in het kader van de Huursubsidiewet en benadrukt dat niet alleen de resterende verplichtingen, maar ook de contractuele kosten bij ontbinding of overdracht in aanmerking moeten worden genomen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof en verwijst zaak terug met instructies over waardering en kostenvergoeding.