ECLI:NL:HR:2005:AT5472
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van boete wegens niet-tijdige aangifte in vennootschapsbelasting en toepassing van eerdere verzuimen
Belanghebbende heeft niet tijdig aangifte gedaan voor de vennootschapsbelasting 1999, waarop de Inspecteur een boete van ƒ 150 oplegde wegens een tweede verzuim volgens het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 (BBBB 1998). Ook was er een eerder verzuim in 1995.
Het bezwaar van belanghebbende werd aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard, maar het Hof vernietigde deze uitspraak, verklaarde belanghebbende ontvankelijk en verklaarde het beroep deels gegrond. Hiertegen stelde belanghebbende cassatie in.
De Hoge Raad oordeelde dat het meetellen van eerdere verzuimen onder het oude recht voor de verzuimenreeks niet betekent dat de boete deels aan die eerdere verzuimen wordt toegerekend. De stelling van belanghebbende dat dit in strijd is met het EVRM en IVBPR werd verworpen. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de boete wegens niet-tijdige aangifte blijft gehandhaafd.