ECLI:NL:HR:2005:AT5517
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en toepasselijk recht bij internationale echtscheiding
De zaak betreft de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen een Nederlandse man en een Duitse vrouw na hun echtscheiding. De rechtbank stelde vast dat Nederlands recht van toepassing is op het huwelijksgoederenregime en bepaalde de samenstelling en verdeling van de gemeenschap. De vrouw stelde dat een effectenportefeuille niet tot de gemeenschap behoorde omdat zij deze aan haar moeder had overgedragen.
De man betwistte deze overdracht en stelde dat de effecten tot de gemeenschap behoorden. Het hof oordeelde dat de man deze stelling niet had weersproken en wees de vordering tot verdeling van de effectenportefeuille af. De man stelde in cassatie dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat hij de overdracht niet had weersproken.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het de weerspreking van de man niet had erkend, terwijl deze in eerste aanleg en hoger beroep wel degelijk was aangevoerd. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak voor verdere behandeling naar het gerechtshof te Amsterdam. De kosten van het cassatiegeding werden gecompenseerd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.