ECLI:NL:HR:2005:AT5706
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Toezegging aan getuige en bewijsuitsluiting in strafzaak afpersing en diefstal
In deze strafzaak stond de vraag centraal of een getuigenverklaring, die tot stand kwam na toezegging van een geldelijke beloning, uitgesloten moest worden als bewijs. Het slachtoffer had in overleg met het Openbaar Ministerie een beloning toegezegd aan een getuige, waarvan een deel pas bij veroordeling zou worden uitgekeerd.
De verdediging voerde aan dat deze toezegging de beginselen van een behoorlijke procesorde schond en dat de verklaring daarom niet als bewijs mocht worden gebruikt. Het hof verwierp dit verweer en stelde dat het Openbaar Ministerie bevoegd is om met getuigen afspraken te maken, mits deze niet verdachten of veroordeelden betreffen, waarop de tijdelijke aanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzaken van toepassing is.
De Hoge Raad bevestigde dat de tijdelijke aanwijzing niet van toepassing is op getuigen die geen verdachte of veroordeelde zijn en dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had bij het toelaten van de verklaring. Ook het feit dat de verdediging niet op de hoogte was van de toezegging tijdens het verhoor en de verklaring pas later beschikbaar kwam, deed hieraan niet af. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en verklaarde het arrest van het hof rechtsgeldig.
Uitkomst: Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte tot vijf jaar gevangenisstraf.