ECLI:NL:HR:2005:AT6061
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring cocaïnehandel wegens meer- en vaartverweer
De verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld voor het opzettelijk binnenbrengen en verder vervoeren van ongeveer 5600 gram cocaïne binnen Nederland. Het hof baseerde zijn oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder telefoongesprekken en afleverhandelingen.
In cassatie stelde de verdachte het meer- en vaartverweer aan de orde, inhoudende dat het pakket met cocaïne ten tijde van de bewezenverklaarde handelingen reeds in beslag was genomen en dus geen cocaïne meer bevatte. Het hof liet dit verweer onbesproken, waardoor een wezenlijke mogelijkheid die strijdig is met de bewezenverklaring openbleef.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring van het eerste feit niet voldoet aan de eis van motivering en vernietigde het arrest voor zover het het eerste feit en de strafoplegging betreft. De zaak is terugverwezen naar het hof Arnhem voor hernieuwde berechting. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd voor het eerste bewezenverklaarde feit en de strafoplegging, met terugverwijzing voor hernieuwde berechting.