ECLI:NL:HR:2005:AT6383
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling op grond van de Opiumwet
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter te Roermond, waarbij de betrokkene werd veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en het gebruik van een niet op zijn naam gesteld reisdocument.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad stelde dat er sprake was van een persoonsverwisseling. Op verzoek van de Officier van Justitie werd nader onderzoek verricht door de regiopolitie Limburg Noord. Uit het proces-verbaal van de verbalisant blijkt dat de aangehouden persoon zich mogelijk had gelegitimeerd met een gestolen paspoort en dat de werkelijke betrokkene twee geamputeerde wijsvingers zou hebben, wat niet werd vastgesteld bij de aangehouden persoon.
De Hoge Raad oordeelde dat deze feiten en omstandigheden een ernstig vermoeden van persoonsverwisseling opleveren. Indien de Politierechter hiervan op de hoogte was geweest, zou hij de betrokkene waarschijnlijk hebben vrijgesproken. Daarom verklaarde de Hoge Raad de vordering tot herziening gegrond, schorste indien nodig de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de vordering tot herziening gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.