ECLI:NL:HR:2005:AT6845
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- W.J.M. Davids
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toekenning eenhoofdig gezag aan vader in belang van minderjarige kinderen
De zaak betreft een verzoek van de vader om het eenhoofdig gezag over zijn minderjarige kinderen toe te kennen, terwijl de moeder sinds de geboorte het gezag had. De ouders waren nooit gehuwd en hadden tot 2000 samen gewoond en gezamenlijk de zorg voor de kinderen gedragen. Na de beëindiging van hun relatie woonde de moeder elders en kreeg een nieuwe partner met een nieuw kind.
De kantonrechter wees het verzoek van de vader toe, waarna de moeder hoger beroep instelde. Het hof bevestigde de beslissing na een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, die rapporteerde dat de vader beter in staat was het belang van de kinderen te waarborgen. De moeder had ingrijpende beslissingen genomen zonder het belang van de kinderen voldoende mee te wegen.
De moeder stelde in cassatie dat het hof een onjuiste maatstaf had toegepast en dat de inbreuk op haar gezinsleven niet gerechtvaardigd was. De Hoge Raad oordeelde dat het belang van het kind de juiste maatstaf is bij een verzoek op grond van art. 1:253c lid 2 BW en dat deze maatstaf een rechtvaardiging vormt voor de inbreuk op het family life van de moeder volgens art. 8 EVRM Pro.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de toekenning van het eenhoofdig gezag aan de vader. De overige klachten van de moeder werden eveneens afgewezen zonder nadere motivering.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de toekenning van het eenhoofdig gezag aan de vader.