ECLI:NL:HR:2005:AT7204
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verhoogde stakingsvrijstelling bij onderneming na 55 jaar
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 267.017, waarvan een deel belast werd volgens een speciaal tarief. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep gegrond verklaarde en de aanslag verlaagde naar een belastbaar inkomen van ƒ 258.287.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende zijn onderneming op 15 augustus 2000 had gestaakt, terwijl hij toen nog niet 55 jaar was. Hierdoor kwam hij niet in aanmerking voor een verhoogde stakingsvrijstelling van ƒ 25.000 op grond van artikel 8, lid 1, letter d, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad heeft het beroep ongegrond verklaard, bevestigend dat de leeftijdsgrens voor de verhoogde vrijstelling strikt wordt toegepast. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; belanghebbende heeft geen recht op verhoogde stakingsvrijstelling omdat hij de leeftijd van 55 jaar bij staking niet had bereikt.