ECLI:NL:HR:2005:AT7213
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Baatbelasting en samenstelbepaling in de baatbelasting
In deze zaak gaat het om een beroep in cassatie van X B.V. en de burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam. De zaak betreft een aanslag in de baatbelasting die aan belanghebbende is opgelegd voor de onroerende zaak aan de a-straat bij 2 te Z. De aanslag, ter hoogte van ƒ 164.391, werd na bezwaar gehandhaafd door het hoofd van de afdeling belastingen van de gemeente Hilversum. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de aanslag verlaagde tot ƒ 41.866,91. Zowel belanghebbende als B en W hebben cassatie ingesteld tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van belanghebbende en B en W niet tot cassatie kunnen leiden. Het Hof had geoordeeld dat gedeelte I ten onrechte in de heffing van baatbelasting was betrokken. Dit oordeel is niet onjuist en behoeft geen nadere motivering. De Hoge Raad bevestigt dat de gemeentelijke wetgever in een belastingverordening kan bepalen wat als onroerende zaak wordt aangemerkt voor de baatbelasting, maar dat dit niet kan leiden tot de heffing van ongebouwde eigendommen die niet gebaat zijn.
De Hoge Raad verklaart beide beroepen ongegrond en veroordeelt B en W in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 644 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De Gemeente Hilversum wordt aangewezen als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden. Dit arrest is gewezen op 10 juni 2005 door de vice-president en vier raadsheren, en is openbaar uitgesproken.