ECLI:NL:HR:2005:AT7343
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens gebrek aan nieuw bewijs over verblijf verdachte
De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld voor diefstal en bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, met een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf. Hij verzocht om herziening van dit vonnis op grond van een persoonsverwisseling, stellende dat hij op de pleegdatum niet in Nederland maar op de Nederlandse Antillen verbleef.
De Hoge Raad beoordeelde dat de overgelegde stukken geen bewijs bevatten dat de aanvrager daadwerkelijk op de pleegdatum afwezig was uit Nederland. Voor herziening is vereist dat nieuwe, bij het oorspronkelijke onderzoek onbekende bewijsmiddelen het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of een lichtere straf zou hebben geleid.
Aangezien de aanvrage dit niet aannemelijk maakte, werd het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Hiermee blijft het oorspronkelijke vonnis in stand. De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 31 mei 2005.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens gebrek aan nieuwe, overtuigende bewijsmiddelen.