ECLI:NL:HR:2005:AT7630
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt verhoging navorderingsaanslag wegens overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1992 een navorderingsaanslag opgelegd met een verhoging van 100%, waarvan de Inspecteur 50% kwijtscheldde. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag en verhoging, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond, maar ging niet in op het argument dat de redelijke termijn was overschreden.
Belanghebbende stelde cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte niet had gemotiveerd waarom de overschrijding van de redelijke termijn geen reden was om de verhoging te matigen of niet op te leggen. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en de beslissing van de Inspecteur voor zover deze betrekking hadden op de verhoging.
De Hoge Raad stelde vast dat de kennisgeving van de voornemen tot verhoging dateerde van december 1997, terwijl het Hof pas bijna vijf jaar later uitspraak deed, zonder bijzondere omstandigheden die deze lange duur rechtvaardigen. Ook de cassatieprocedure duurde langer dan twee jaar, wat eveneens een overschrijding van de redelijke termijn opleverde.
Daarom werd de verhoging verder kwijtgescholden met 20% van het resterende bedrag. Tevens werden de proceskosten ten laste van de Staatssecretaris van Financiën en de Inspecteur gelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de verhoging van de navorderingsaanslag en wijst kwijtschelding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.