ECLI:NL:HR:2005:AT7645
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Betaling in vreemde valuta op veerboot geen afzonderlijke prestatie voor omzetbelasting
Belanghebbende exploiteerde een winkel aan boord van een schip dat passagiers vervoerde van Nederland naar Engeland. De prijzen waren vermeld in Nederlandse guldens en Britse ponden, waarbij klanten in beide valuta konden betalen. Bij betaling in Britse ponden werd het wisselgeld ook in Britse ponden teruggegeven.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat bij betalingen in Britse ponden meer werd ontvangen dan bij betaling in guldens volgens de officiële wisselkoersen. Belanghebbende stelde dat er sprake was van twee prestaties: de levering van goederen en een aparte dienst voor het accepteren van betaling in vreemde valuta, die vrijgesteld zou zijn van omzetbelasting.
Het Hof oordeelde dat sprake was van één prestatie, namelijk de levering van goederen tegen een prijs uitgedrukt in Britse ponden. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep in cassatie. De jurisprudentie over samenloop van prestaties was niet van toepassing omdat geen sprake was van meerdere prestaties. De naheffingsaanslag bleef daardoor in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat betaling in vreemde valuta geen afzonderlijke prestatie is voor de omzetbelasting.