ECLI:NL:HR:2005:AT7940
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken bewijsmiddelen
De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand wegens het opzettelijk uitgeven van valse bankbiljetten als echte. De aanvrage tot herziening richtte zich op nieuwe omstandigheden die niet tijdens het oorspronkelijke onderzoek aan de orde waren gekomen, namelijk dat de aanvrager de valse biljetten had ontvangen van twee onbekende personen die hij niet had kunnen verhoren.
De Hoge Raad beoordeelde dat de aanvrage niet voldeed aan de vereisten van artikel 459 Sv Pro, omdat zij geen opgave bevatte van bewijsmiddelen die de nieuwe omstandigheden konden staven. Zonder deze bewijsmiddelen kon het verzoek niet in behandeling worden genomen.
Daarom verklaarde de Hoge Raad de aanvrage niet-ontvankelijk. Het arrest bevestigt het belang van het aanleveren van concrete bewijsmiddelen bij een verzoek tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van bewijsmiddelen.