ECLI:NL:HR:2005:AT9091
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing van vorderingen in koop- en licentiegeschil over rozenplanten
In deze zaak stonden partijen tegenover elkaar in een civiel geschil over de ontbinding van een koopovereenkomst en een licentieovereenkomst met betrekking tot 37.000 rozenplanten, alsmede over diverse schadevorderingen. De eiseressen hadden de vorderingen van verweerders in eerste aanleg niet bestreden, waarna de rechtbank bij verstekvonnis toewijzing gaf aan verweerders. Na verzet werden de vorderingen in conventie afgewezen, terwijl enkele reconventionele vorderingen van eiseressen werden toegewezen.
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep en verwees de zaak voor het nemen van aanvullende akten. Tegen het tussentijds arrest van het hof werd cassatieberoep ingesteld door beide partijen, waarbij de Hoge Raad uiteindelijk het beroep verwerpt. De klachten in cassatie konden niet leiden tot vernietiging van het hofarrest en behoefden geen nadere motivering.
De Hoge Raad compenseert de kosten van het cassatiegeding zodanig dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Hiermee is het geschil in cassatie definitief beslecht zonder dat de eerdere uitspraken worden gewijzigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het hofarrest.