ECLI:NL:HR:2005:AT9095
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Herstelarrest wegens administratieve vergissing in betekening aanzegging cassatie
In deze strafzaak werd verdachte aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep omdat niet tijdig een cassatieschrift door een gemachtigde advocaat was ingediend. Later bleek dat zich wel degelijk een raadsman had gesteld, maar dat deze ten onrechte niet was geïnformeerd over de betekening van de aanzegging in cassatie. Hierdoor had verdachte geen eerlijke behandeling van zijn zaak gekregen.
De Hoge Raad oordeelde dat vanwege de ernst van deze administratieve tekortkoming en het feit dat de Hoge Raad in laatste instantie uitspraak doet, het eerdere arrest moest worden hersteld. Verdachte werd alsnog ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep. Het bestreden arrest van het gerechtshof Arnhem, waarin verdachte was veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen, werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor hernieuwde berechting.
Het geschil betrof de vraag of verdachte daadwerkelijk de dader was, waarbij onder meer een getuigenverklaring en medische bewijsvoering werden besproken. Het hof had het bewijsverweer van verdachte onvoldoende in zijn arrest behandeld, maar de Hoge Raad vond het bewijs van het hof overtuigend. Het cassatieberoep werd uiteindelijk verworpen.
De uitspraak benadrukt het belang van een correcte procedurele behandeling en eerlijke procesvoering, waarbij administratieve fouten die de rechten van de verdachte schaden, hersteld moeten worden.
Uitkomst: Verdachte wordt alsnog ontvankelijk verklaard in cassatie, het bestreden arrest wordt vernietigd en het beroep wordt verworpen.