ECLI:NL:HR:2005:AU1993
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over prevalentie proces-verbaal terechtzitting bij verschil in verklaring verdachte
In deze strafzaak werd de verdachte veroordeeld voor diefstal gevolgd door geweld en bedreiging met geweld in een winkelpand te Rotterdam. De kern van het cassatieberoep betrof de vraag welke verklaring prevaleert bij een verschil tussen de verklaring van de verdachte in het proces-verbaal van de terechtzitting en de weergave daarvan in het vonnis of arrest.
De Hoge Raad stelt dat het proces-verbaal van de terechtzitting in beginsel de enige kenbron is voor de ter terechtzitting in acht genomen vormen, waaronder verweren en verklaringen. Voorheen werd aangenomen dat de rechterlijke uitspraak beslissend was voor de inhoud van de ter terechtzitting afgelegde verklaringen, maar de Hoge Raad wijzigt deze jurisprudentie omdat deze leidt tot onwenselijke verschillen in behandeling van verklaringen en verweren.
De Hoge Raad benadrukt dat het aan de feitenrechter is om binnen de wettelijke grenzen te bepalen welk bewijs hij gebruikt en welk bewijs hij terzijde stelt. In deze zaak mocht het hof de verklaring van de verdachte, zoals weergegeven in het proces-verbaal, met weglating van bepaalde passages gebruiken zonder de strekking te veranderen.
Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het middel faalt en er geen reden is om de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen. De verdachte is door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht weken wegens diefstal met geweld en bedreiging.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot acht weken gevangenisstraf.