ECLI:NL:HR:2005:AU2053
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling militair voor nalatigheid als schildwacht door in slaap vallen
De zaak betreft een militair die op 15 augustus 2003 op een observatiepost in Irak in ernstige mate nalatig was door in slaap te vallen tijdens zijn wachtdienst. Dit leidde tot een veroordeling door het hof wegens het niet vervullen van een bijzondere verplichting betreffende waakzaamheid, zoals bedoeld in artikel 108, eerste lid, Wetboek van Militair Strafrecht.
De verdediging voerde onder meer aan dat sprake was van overmacht en dat de militair handelde naar aanleiding van een onbevoegd gegeven ambtelijk bevel, waarbij een beroep werd gedaan op artikel 31, tweede lid, Wet militaire strafrechtspraak. Het hof oordeelde echter dat deze bepaling alleen ziet op militairen die daadwerkelijk als schildwacht hun taak uitoefenen en niet op militairen die zich aan die taak onttrekken, zoals door in slaap vallen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. Het hof had terecht geoordeeld dat de militair zich aan zijn taak had onttrokken en dat de omkering van de bewijslast uit artikel 31 lid 2 niet Pro van toepassing was. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot vernietiging van het arrest en handhaafde de veroordeling tot twee maanden militaire detentie, voorwaardelijk, en een taakstraf.
Deze uitspraak benadrukt het belang van de actieve taakuitoefening van een schildwacht en de beperking van de toepasselijkheid van artikel 31 lid 2 Wet Pro militaire strafrechtspraak tot die situaties.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de militair tot twee maanden voorwaardelijke militaire detentie en een taakstraf wegens nalatigheid als schildwacht.