ECLI:NL:HR:2005:AU2689

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00685/05
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • C.J.G. Bleichrodt
  • J.P. Balkema
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 lid 3a Sv (oud)Art. 288 lid 1 sub c SvArt. 415 SvArt. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest wegens ontoereikende motivering afwijzing getuigenverzoek in moordzaak

In deze strafzaak werd de verdachte in hoger beroep door het hof veroordeeld tot elf jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord. De verdediging had een getuigenverzoek ingediend voor een getuige die een verklaring had afgelegd over de brommer die bij het misdrijf werd gebruikt. Het hof wees dit verzoek af met de motivering dat niet aannemelijk was dat de getuige deskundigheid had op het gebied van scooters.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste maatstaf had toegepast, namelijk of het afzien van het horen van de getuige de verdediging zou schaden. Echter vond de Hoge Raad de motivering van het hof ontoereikend en onbegrijpelijk, mede omdat de identificatie van de brommer een belangrijke rol speelde in de bewijsvoering en de getuige in zijn verklaring een specifiek merk had genoemd.

Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof te 's-Gravenhage voor een nieuwe berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep. De overige middelen van cassatie werden niet behandeld omdat ze geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling wegens ontoereikende motivering bij afwijzing getuigenverzoek.

Uitspraak

1 november 2005
Strafkamer
nr. 00685/05
IV/IV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 13 juli 2004, nummer 23/002869-03, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Noord Holland Noord" te Zwaag.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Amsterdam van 1 augustus 2003 - de verdachte ter zake van "medeplegen van moord" veroordeeld tot elf jaren gevangenisstraf.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G.P. Hamer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
3. Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beoordeling van het vierde middel
4.1. Het middel bevat de klacht dat het Hof het verzoek tot het horen van de getuige [betrokkene 1] ontoereikend gemotiveerd heeft afgewezen.
4.2.1. Bij de stukken van het geding bevindt zich een brief van de raadsman van de verdachte aan de Advocaat-Generaal bij het Hof, gedateerd 5 januari 2004, met het verzoek tot oproeping als getuige van onder andere [betrokkene 1]. Blijkens dit verzoek wilde de verdediging, naar aanleiding van de door deze getuige op 26 maart 2002 tegenover de politie afgelegde verklaring, onder meer de volgende vragen aan die getuige stellen:
"a. Heeft hij verstand van scooters?
b. Hoe kwam hij erbij om te stellen dat de brommer vermoedelijk was van het merk Gilera?
c. Heeft hij een verzekeringsplaatje gezien op de scooter?
d. Hoe lang heeft hij die scooter gezien?
e. Heeft hij die scooter vaker gezien?"
4.2.2. Bedoelde tegenover de politie afgelegde verklaring van de getuige [betrokkene 1], zoals gerelateerd in het zich bij de stukken bevindende proces-verbaal, nummer 2002077917-1, blz. 72, houdt het volgende in:
"Ik was vanochtend in mijn woning toen ik 4 schoten hoorde. Ik zag dat het 08.24 uur was. Ik keek naar buiten en zag een man van zijn fiets vallen. Ik zag vervolgens een persoon met een witte helm, op een brommer wegrijden richting het woonwagenkamp aan het einde van de Johan Broedeletstraat. Het betrof een kleine zwarte brommer, vermoedelijk van het merk Gilera. Ik heb vervolgens 112 gebeld. Ik kan u nog zeggen dat het hier erg gehorig is. Ik heb voor het schieten geen geschreeuw of iets dergelijks gehoord."
4.2.3. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 22 januari 2004 voor welke terechtzitting de betreffende getuige niet is opgeroepen houdt in dat het Hof het verzoek als volgt heeft afgewezen:
"De voorzitter deelt voorts mede dat het hof vooralsnog afziet van het horen van de volgende getuigen, omdat het van oordeel is dat redelijkerwijs valt aan te nemen dat daardoor noch het openbaar ministerie in zijn vervolging noch de verdachte in zijn verdediging wordt geschaad, welk oordeel is gegrond op de volgende feiten en/of omstandigheden:
(...)
- [betrokkene 1] (23):
niet aannemelijk is geworden dat de getuige enige deskundigheid heeft op het gebied van scooters;"
De stukken van het geding houden niet in dat het Hof op het desbetreffende verzoek een nadere beslissing heeft gegeven.
4.3. Het gedane verzoek voornoemde getuige op te roepen, is een verzoek als bedoeld in art. 287, derde lid onder a, (oud) in verbinding met art. 415 Sv Pro. Maatstaf voor de beoordeling van een zodanig verzoek is - voorzover hier van belang - ingevolge art. 288, eerste lid onder c, in verbinding met art. 415 Sv Pro of redelijkerwijs valt aan te nemen dat de verdachte door het afzien van de oproeping van de getuige niet in zijn verdediging wordt geschaad.
4.4. Het Hof heeft de juiste maatstaf toegepast bij de beoordeling van het verzoek tot het horen van [betrokkene 1] als getuige. Gelet op de vragen die de raadsman aan de getuige wilde (doen) stellen, zoals vermeld in zijn brief aan de Advocaat-Generaal bij het Hof, is het oordeel van het Hof dat het verzoek tot het horen van deze getuige moet worden afgewezen, omdat niet aannemelijk is geworden dat de getuige enige deskundigheid heeft op het gebied van scooters, evenwel onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat de identificatie van de bij het misdrijf gebruikte brommer een belangrijke rol speelt bij de bewijsvoering en dat genoemde [betrokkene 1] in zijn bij de politie afgelegde verklaring een bepaald merk heeft genoemd.
4.5. Het middel is derhalve gegrond.
5. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven, en dat als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak;
Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 1 november 2005.