ECLI:NL:HR:2005:AU2720

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 oktober 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
39994
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.E.M. van der Putt-Lauwers
  • P. Lourens
  • C.B. Bavinck
  • J.W. van den Berge
  • E.N. Punt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 lid 1 letter l Wet OB’68Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting en verhoging

Belanghebbende, de vennootschap onder firma Amusementspaleis 'X', kreeg voor het tijdvak 1 januari 1994 tot en met 31 december 1996 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van ƒ 1.085.580 met een verhoging van honderd procent, waarvan de Inspecteur kwijtschelding verleende tot vijftig procent.

Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag en de verhogingsbeschikking. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat het beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Advocaat-Generaal concludeerde dat geen gronden aanwezig waren om tot cassatie over te gaan. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het beroep werd ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest gehandhaafd.

Uitspraak

Nr. 39.994
21 oktober 2005
whk
gewezen op het beroep in cassatie van de vennootschap onder firma Amusementspaleis "X" te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 23 mei 2003, nr. 00/02703, betreffende na te melden naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
1. Naheffingsaanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 1994 tot en met 31 december 1996 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd ten bedrage van ƒ 1.085.580, met een verhoging van de nageheven belasting van honderd percent, van welke verhoging de Inspecteur bij het vaststellen van de aanslag kwijtschelding heeft verleend tot op vijftig percent. Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur bij gezamenlijke uitspraak de naheffingsaanslag en de beschikking inzake de verhoging gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Advocaat-Generaal W. de Wit heeft op 7 juli 2005 geconcludeerd dat geen grond aanwezig is om tot cassatie over te gaan.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens, C.B. Bavinck, J.W. van den Berge en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2005.