ECLI:NL:HR:2005:AU2797
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Recht op energiepremie bij aanbrengen voorziening aan recreatiewoning
Belanghebbende vroeg een energiepremie aan voor het aanbrengen van 10,70 m² HR++ glas aan zijn recreatiewoning, die niet permanent bewoond mag worden. Het energiebedrijf weigerde de premie toe te kennen, wat door de Inspecteur werd gehandhaafd na bezwaar.
Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en kende de energiepremie toe. Het hof oordeelde dat noch de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm), noch de uitvoeringsregeling of de Regeling Energiepremie 2001 een beperking bevatten tot woningen die permanent bewoond worden.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het middel van de Staatssecretaris faalt omdat de wetsgeschiedenis en de tekst van de Wbm geen steun bieden aan de stelling dat de premie beperkt is tot permanente woningen.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee het oordeel van het hof. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, maar er werd wel griffierecht geheven.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en het recht op energiepremie wordt bevestigd.