ECLI:NL:HR:2005:AU3136
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale verzekeringspremies bij terbeschikkingstelling werknemers
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) stelde belanghebbende hoofdelijk aansprakelijk voor premies sociale werknemersverzekeringen over de jaren 1994 tot en met 1997 betreffende werknemers die via de coöperatie B U.A. aan belanghebbende ter beschikking werden gesteld. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard, waarna belanghebbende beroep instelde bij de Rechtbank Alkmaar, dat werd afgewezen. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de loonbetalingen die het Lisv aan de coöperatie toerekende, eigenlijk aan Poolse vennootschappen moesten worden toegerekend. De Hoge Raad oordeelde dat de Centrale Raad terecht geen zelfstandige betekenis aan deze Poolse vennootschappen had toegekend, anders dan het bestaan ervan, en dat dit oordeel geen schending van de toepasselijke wettelijke bepalingen inhoudt.
Verder werd geklaagd dat de Centrale Raad niet had ingegaan op de stelling dat een deel van de betalingen aan Poolse werknemers onkostenvergoedingen betrof, maar deze motiveringsklacht valt buiten het cassatierecht. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de hoofdelijke aansprakelijkstelling blijft in stand.