ECLI:NL:HR:2005:AU3161
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling energie-investeringen en begrip bedrijfsmiddel in glastuinbouw
Belanghebbenden exploiteerden een glastuinbouwbedrijf en deden investeringen in twee warmtekrachtinstallaties, de Zantec 300 en Zantec 590, voor verwarming van kassen. De Minister van Economische Zaken erkende alleen de investering in de Zantec 300 als energie-investering vanwege de aanwezigheid van een rookgascondensor.
Belanghebbenden maakten bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat de twee installaties samen één bedrijfsmiddel vormen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat het om twee afzonderlijke bedrijfsmiddelen gaat, ieder afzonderlijk aan de voorwaarden van de Energielijst moet voldoen.
De Hoge Raad toetste dit oordeel en stelde vast dat het oordeel van het College geen onjuiste rechtsopvatting bevat en dat waarderingen van feitelijke aard niet in cassatie kunnen worden getoetst. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard.
De Hoge Raad wees tevens op de wettelijke beperkingen van het cassatieberoep tegen uitspraken van het College, dat alleen mogelijk is bij schending of verkeerde toepassing van de begrippen 'investering' of 'bedrijfsmiddel'.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; de twee warmtekrachtinstallaties worden als afzonderlijke bedrijfsmiddelen beschouwd.