ECLI:NL:HR:2005:AU3169
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over tijdige indiening beroepschrift belastingaanslagen 1999
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 aanslagen opgelegd in de inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen. Na bezwaar werden deze aanslagen verminderd. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de beroepstermijn. Het Hof verklaarde vervolgens het verzet van belanghebbende tegen deze uitspraak ongegrond.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het vonnis van het Hof. De Hoge Raad beoordeelde of het beroepschrift tijdig ter post was bezorgd, zoals vereist volgens artikel 6:7 en Pro 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht. Het Hof had geoordeeld dat niet aannemelijk was dat het beroepschrift tijdig was ingediend, maar had daarbij een bewijsoordeel geveld zonder dat de Inspecteur daarbij betrokken was.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof hiermee een procedurefout maakte, omdat bewijs van tijdige indiening niet nodig is indien de Inspecteur dit niet betwist. Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis van het Hof, verklaarde het verzet gegrond en gelastte dat het Hof het onderzoek voortzet. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van het Hof en verklaart het verzet gegrond, waardoor het Hof het onderzoek dient voort te zetten.