ECLI:NL:HR:2005:AU3719
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- W.A.M. van Schendel
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Uitleg CAO-bepaling over arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in onderwijs
Deze zaak betreft een arbeidsgeschil tussen een deeltijd-docente en een onderwijsinstelling over het niet continueren van haar dienstbetrekking na opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. De docent vorderde dat haar arbeidsovereenkomst als onbepaalde tijd moest worden beschouwd, omdat haar werkzaamheden reguliere onderwijstaken betroffen en niet van tijdelijke aard waren zoals vereist in de CAO BVE.
De kantonrechter en het hof stelden dat reguliere onderwijstaken wel degelijk van kennelijk tijdelijke aard kunnen zijn, zodat de arbeidsovereenkomst terecht voor bepaalde tijd was aangegaan. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof bij de uitleg van artikel H-12, aanhef en onder c, van de CAO BVE de juiste maatstaf voor de uitleg van CAO-bepalingen niet heeft toegepast en zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd is.
De Hoge Raad benadrukte dat bij de uitleg van een CAO-bepaling de bewoordingen, de context, de ratio en de rechtsgevolgen objectief moeten worden meegewogen. De uitleg van het hof was onbegrijpelijk zonder nadere motivering en leidde tot een onaannemelijke uitkomst. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling en beslissing.
De onderwijsinstelling werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak onderstreept het belang van een zorgvuldige en goed gemotiveerde uitleg van CAO-bepalingen, zeker bij het onderscheid tussen arbeidsovereenkomsten voor bepaalde en onbepaalde tijd.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofarrest en verwijst zaak terug voor verdere behandeling.