ECLI:NL:HR:2005:AU3885
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen strafrechtelijke vervolging bij toepassing anoniementarief loonbelasting
In deze zaak stond centraal of het toepassen van het anoniementarief voor loonbelasting, wanneer een werkgever geen juiste opgave doet van door werknemers genoten loon, strafrechtelijk vervolgd kan worden. De verdachte stelde dat deze toepassing een strafbaar feit oplevert en dat daarmee zijn rechten onder art. 6 EVRM Pro en art. 14 IVBPR Pro werden geschonden.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat het anoniementarief ex art. 26b Wet LB niet onder art. 68 Sr Pro valt en dus geen strafrechtelijke vervolging inhoudt. Het enkele feit dat een hoger tarief wordt toegepast dan bij volledige naleving van de wettelijke eisen, maakt dit niet tot een 'criminal charge'. Dit oordeel is in lijn met vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, ook wanneer persoonsgegevens van werknemers bij de werkgever en belastingdienst bekend zijn.
De middelen van cassatie van de verdachte werden verworpen zonder nadere motivering, aangezien zij geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad vond geen reden om ambtshalve tot vernietiging van het bestreden arrest over te gaan en verwierp het beroep.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 22 november 2005.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; toepassing van het anoniementarief is geen strafrechtelijke vervolging.