ECLI:NL:HR:2005:AU3934
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over niet-ontvankelijkheid bezwaar successierecht wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende erfde een nalatenschap en kreeg een aanslag successierecht opgelegd op een bedrag van ƒ 14.468.016. De executeur-testamentair, tevens voormalig bestuurslid van belanghebbende, deed de aangifte en ontving het aanslagbiljet. Het bezwaar tegen de aanslag werd echter pas na de wettelijke termijn ingediend, waarna de Inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. Het hof bevestigde deze beslissing en verwierp het beroep op artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dat de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de termijnoverschrijding niet verschoonbaar zou zijn. Cruciaal is dat de kennis en keuze van de executeur-testamentair om geen bezwaar te maken niet aan belanghebbende kunnen worden toegerekend, aangezien deze niet als vertegenwoordiger van belanghebbende handelde. Belanghebbende had zelfstandig bezwaar kunnen maken. Hierdoor is het beroep op artikel 6:11 Awb Pro terecht en moet het hof de zaak opnieuw beoordelen met inachtneming van dit arrest.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Tevens wordt de Staat veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in cassatie en het griffierecht van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van artikel 6:11 Awb.