ECLI:NL:HR:2005:AU3937
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vaste vertegenwoordiger in loonbelasting naheffingsaanslagen
Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen opgelegd over de jaren 1989 tot en met 1994 betreffende loonbelasting en premie volksverzekeringen. Na bezwaar en beroep bij het Gerechtshof te Amsterdam en vervolgens het Gerechtshof te 's-Gravenhage, werden de aanslagen verminderd maar grotendeels gehandhaafd.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte had geoordeeld dat AA B.V. als vaste vertegenwoordiger van belanghebbende moest worden aangemerkt, omdat niet was vastgesteld dat belanghebbende AA opdracht had gegeven om namens haar overeenkomsten te sluiten. Het Hof had echter geoordeeld dat belanghebbende in werkelijkheid had ingestemd met het handelen van AA, ondanks de formele contractuele bepalingen.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en dat het oordeel gebaseerd was op waardering van feitelijke bewijzen die in cassatie niet opnieuw getoetst kunnen worden. De klacht van belanghebbende dat zij onvoldoende gelegenheid had gekregen om stukken te bestuderen faalde eveneens wegens gebrek aan feitelijke grondslag.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af. Hiermee blijft de kwalificatie van AA als vaste vertegenwoordiger en de naheffingsaanslagen in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat AA als vaste vertegenwoordiger van belanghebbende moet worden aangemerkt.